Met Museumnachten, Uitmarkten en andere manifestaties treden musea steeds vaker buiten hun introverte muren. Dergelijke museale pr-spektakels zullen zich moeten meten met theatrale en commerciële `happenings'. In het kijkboek Happening, met uitgebreide bijschriften, presenteert het interieurdesigntijdschrift Frame het crème de la crème aan dergelijk internationaal experiencedesign.
Nederlandse tentoonstellingsontwerpers zullen hun vingers aflikken. Anders dan hun Engelse collega's zijn zij vrijwel niet in de commerciële en culturele sector actief, wat jammer is omdat zo kruisbestuiving uitblijft. Daarbij zijn de gigantische budgetten waarover autofabrikanten, modehuizen en elektronicafirma's voor pr-activiteiten beschikken, onvergelijkbaar met die van culturele instellingen. Happening zal daarom vooral zijn nut bewijzen als rijke inspiratiebron.
De lancering van de nieuwe S-klasse van Mercedes-Benz in Hong Kong, bijvoorbeeld, oogt bepaald museaal. Om de traditie te benadrukken werd de rijke historie van het merk breed op de wanden uitgemeten en exposeerden verzamelaars hun klassiekers.
Het reizende multimediapaviljoen waarmee Duitsland zich - tussen 2003 en de aftrap in 2006 - als vriendelijke gastheer van het WK-voetbal presenteerde, bevatte games en projecties. Het in een geodetische voetbal gebouwde geheel zou - zo te zien - naadloos passen in de media-experience van Beeld & Geluid. Tijdens het WK-voetbal, zomer 2006, fungeerde de museumgebouwen aan de Main-oever in Frankfurt als dragers van grote projecties.
Maar het kan ook goedkoper en toch inventief. Een aandacht trekkende houten voorzetgevel voor het 15de Cinekid-filmfestival in Amsterdam is daar een voorbeeld van, een ontwerp van Marcel Schmalgemeijer, gefinancierd door het Amsterdams Fonds voor de Kunst en getimmerd door Joepies decorbouw. Voor Art Olive, een festival met beeldende kunst in de Westergasfabriek, droegen modellen op een veertig meter lange catwalk het (platte) werk van net afgestudeerde kunstenaars.
Soms brengt experiencedesign uiteindelijk ook zelf beeldende kunst voort, zoals na de openingsperformances van een nieuwe vestiging van Louis Vuitton aan de Champs Elysées in Parijs gebeurde. Het Franse topmerk van luxe bagage werkte eerder met monumentale kunstenaars als Robert Wilson, César, Sol Lewitt, James Turrell en Olafur Eliasson (van de nevelzon in de Tate-turbinehal). In 2005 benaderde Vuitton de jonge kunstenares Vanessa Beecroft vanwege haar aan mode rakende performances. Beecroft kwam met een concept waarbij ze vijftien vrijwel naakte, blanke en zwarte vrouwelijke modellen naast de koffers en tassen in de winkelstellingen liet poseren. Roerloos en met een typerende, wezenloze blik in de ogen. Ze mochten dan ook op geen enkele manier communiceren met de vele gasten. Beecroft wilde de vrouwen zo tot figuratieve architectuurornamenten transformeren. Foto's van de twee openingsperformances werden later tentoongesteld in Vuittons eigen expositieruimte. Andrée Putman, de éminence grise onder de interieur- en tentoonstellingsontwerpers, kon het decadente project niet echt bekoren. `De freudiaanse vervreemding die eruit spreekt, maakt dat je menselijke wezens reduceert tot machines en dingen.'
Bon, maar wat te denken van de op het Petit Palais geprojecteerde projectie met krulornamenten en het ineengestrengelde LV-letterlogo? Menig sponsor zal ervan watertanden, maar of zoiets ook op de gevel van het nieuwe Rijksmuseum mogelijk is, valt ernstig te betwijfelen.