`Overleeft' een intiem stillevenschilderij de extraverte nieuwbouw waarin het wordt geëxposeerd? Of slaat een meedogenloze installatie juist de klinische, museale omgeving dood? Kortom, er zou een mooie, sluitende formule moeten bestaan waarmee je de precieze verhouding tussen het museumgebouw en de daarin tentoongestelde kunst of cultuurvoorwerpen zou kunnen bepalen. Het gaat om meer. Museumnachten - om maar 'ns iets te noemen - verleiden musea tot theatrale presentaties waarbij het gebouw en wat daarin staat het voor het nakijken hebben. Ook hier zou een staaltje zuivere wiskunde uitkomst kunnen bieden.
In twee plaatjesboeken trekken de meest extreme uitingen van museumarchitectuur en event design voorbij. Bij de laatste is het opvallend dat artistieke concepten uit de monumentale installatiekunst moeiteloos toepasbaar blijken in de commerciële sector.
Christo kent vele navolgers. Zo laat een chemieconcern voor een presentatie zijn gebouw volledig in aluminiumfolie verpakken. Een Duitse Directbank, via internet actief, maakt zich zichtbaar door loungeruimtes met duizend ijsblokken van 145 kg in te richten. Het ijs symboliseert transparantie. Illuminatie krijgt vorm in lichtwanden met 400 individueel te besturen lichtpixels. Maar de monumentale houtconstructies die neohippies iedere zomer in de woestijn van Nevada bouwen, wakkeren oerinstincten aan.
Zo lijken er geen grenzen meer te bestaan tussen het publieke en privé-domein waarin traditionele musea zich nog bevinden. Voor instellingen die zich meer buiten de muren begeven - zoals het Stedelijk Museum noodgedwongen doet - biedt Event Design inspiratie voor de manier waarop met een groot budget uitgepakt kan worden.
Hetzelfde geldt eigenlijk ook voor de nieuwste museumarchitectuur, waarbij de namen van de architecten bijdragen tot verhoging van de status van de desbetreffende instelling: Frank Gehry, Renzo Piano, Steven Holl, Zaha Hadid, Mario Botta, David Chipperfield, Tadao Ando, Yoshio Taniguchi, Ben van Berkel en Daniel Libeskind. Alle bouwmeesters bereikten inmiddels een zekere leeftijd, wat iets zegt over de acceptatie van hun ontwerpen.
De jaren 0 van de 21ste eeuw kennen een hausse aan museum(ver)nieuwbouw. Museums in the 21st Century, eigenlijk een catalogus bij een rondreizende expositie over museumarchitectuur (een Droste-effect dus), presenteert zo'n dertig veelal extravagante musea over vier continenten.
Ons land blijft dergelijke museaal-architecturale megalomanie gelukkig bespaard. In het buitenland lijkt ons type van een dienend museum zeldzamer te worden. Toch is er in Japan juist een museum dat kunst en natuur verenigt. Het is het op een landtong gelegen Chichu Art Museum In Naoshima, Japan, naar ontwerp van Tadao Ando. Het Australian Art Centre for Contemporary Art (ACCA) in Melbourne oogt daarentegen als een kleine, geblindeerde kerk. Het is opgetrokken uit roestige platen waardoor het een cortenstalen beeld van Richard Serra lijkt. ACCA is een interdisciplinair kunstcentrum; daarom kan men binnenin blijkbaar met weinig licht toe.
Bij de vliegdekschipachtige bouwsels van Coop Himmelb(l)au in Lyon en het al wat oudere Milwaukee Art Museum van de Spaanse bruggenarchitect Santiago Calatrava is sprake van een bovenmatige culturele geldingsdrang.
Jammer is dat in het overzicht met droom- dan wel nachtmerrieachtige museumarchitectuur de wel functionele en ingenieuze musea Branly (Nouvel) en Ben van Berkels Mercedes Benz Museum alleen virtueel zijn afgebeeld, terwijl ze al enige tijd klaar zijn.